Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Gespecificeerd voorbeeld van kostengrondslag, transport en belastingen’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Markeer welk bedrag de procentuele grondslag is’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Welke invloed heeft de tweede conditie op de beslissing?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Oefenvariant met aangenomen opslag van 10 procent komt uit op 200 euro exclusief btw. Bij oefenvariant met aangenomen opslag van 15 procent staat 300 euro exclusief btw. Het verschil bedraagt 100 euro exclusief btw in opwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Gespecificeerd voorbeeld van kostengrondslag, transport en belastingen’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Markeer welk bedrag de procentuele grondslag is’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Markeer welk bedrag de procentuele grondslag is». Registreer bij «Oefenvariant met aangenomen opslag van 10 procent» de waarde 200 euro exclusief btw. Registreer 300 euro exclusief btw op een afzonderlijke regel voor «Oefenvariant met aangenomen opslag van 15 procent». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Gespecificeerd voorbeeld van kostengrondslag, transport en belastingen. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Vermeld dat de percentages fictief zijn’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Markeer welk bedrag de procentuele grondslag is’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Maak zichtbaar welke stukken in het dossier zitten en welke eigenschappen pas bij inspectie kunnen worden gecontroleerd. Bij de vraag ‘Markeer welk bedrag de procentuele grondslag is’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over het rekenblad telt opgeld dubbel. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.




